Een kleine geschiedenis van De Halm (1/3)

Jammer, maar wellicht dat een kleine duik in de geschiedenis van dit maatschappelijk fenomeen hen alsnog op andere gedachten brengt. Harrie van Grinsven stond aan de wieg van de hele duurzaamheidbeweging zoals we die nu kennen. In 1977 richtte hij Graanpletterij De Halm op. Dit is het eerste deel in een serie van drie artikelen waarin we met Harrie terugkijken op de begindagen van De Halm en de biologische landbouw. Vijfendertig jaar geleden bestond er nog niet zoiets als een markt voor biologische producten. Die moest nog ‘uitgevonden’ worden. Sterker nog, zelfs het huidige begrip van duurzaamheid werd pas gedefinieerd toen De Halm al tien jaar draaide. Willen we dus de situatie waarin Harrie zich toen bevond enigszins begrijpen, dan hoeven we onszelf alleen maar af te vragen wat het betekent om een product te gaan maken waar niemand om vraagt. In de vroege jaren zeventig was er namelijk nauwelijks iemand in Nederland die muesli at, hoogstens een handvol ‘alternatievelingen’. Net als de biologische landbouw had muesli nog een lange weg te gaan. Over deze lange weg en meer spraken we met Harrie van Grinsven op een zonnige zaterdag in maart, in de sfeervolle keuken van zijn boerderij in het Brabantse dorp Zeeland.

Volkorenbrood

“Eind jaren zestig was er alleen maar witbrood en geen volkorenbrood,” zegt Harrie. “Dus dat moest ik zelf gaan maken. En dat was geweldig, dat het er niet was, want zo ontstaat er weer iets.” Hij denkt even na en concludeert dan: “Dus de onmogelijkheid geeft je een mogelijkheid.” Wellicht dat deze woorden zijn scheppingsdrang verklaren. Maar bescheiden als hij is, geeft Harrie ruiterlijk toe dat hij niet de uitvinder is van graanvlokken en muesli. Er ging een heel traject aan vooraf. “Vergeet niet dat de biologisch-dynamische landbouw volgens de leer van Rudolf Steiner al bestond.”

Hogere dijken

Geboren in de oorlog ondervond Harrie de opschaling van de landbouw aan den lijve. Er was armoede; grotere oogsten waren meer dan welkom. Maar als klein mannetje zag hij al dat er iets scheef groeide. Met de efficiëntere landbouw verwijderde de mens zich tegelijk steeds meer van zijn eigen leefomgeving. Dit uitte zich onder andere in een toevlucht tot landbouwgif, waarmee men de oogst redde, maar de akker en zijn bewoners ziek maakte. “Wat nu het stomme is, is dat je dat gif nodig hebt om zoveel mogelijk mensen gezond te maken, door hen te voeden,” zegt Harrie. Om aan te geven dat er grenzen zijn aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen trekt hij een parallel met de strijd tegen het water: “Men leeft niet samen met het water. Nee, het water beschouwt men als vijand. Dus je gaat dijken bouwen, steeds hoger. En op een gegeven moment verlies je het.” Harrie meent dat de mens in harmonie met zijn omgeving moet leven. Een besef waar hij al van jongs af aan doordrongen is.

De Leijgraaf

Eind jaren vijftig werd het beekje de Leijgraaf gekanaliseerd. Vanaf toen loosden huizen en bedrijven hun vuil water op de beek. Een dag na de feestelijke opening van de strakgetrokken beek stond Harrie met zijn vader op de Hommelse brug in Heeswijk Dinther toen de burgemeester voorbij kwam fietsen. “Goh, nou zullen de landerijen niet meer overstromen elk jaar. Nu zullen we het goed gaan hebben. Het is een goede vooruitgang,” zei de burgemeester, volgens Harrie, in het voorbijgaan. “Ik keek vanaf de brug naar de Leijgraaf,” schampert hij,“en zag daar de stront en kippenveren drijven. En ik keek naar de burgemeester en dacht ‘Dat is een wijze man’. Als klein kind snapte ik niet dat zo’n man die een dorp leidt dit kan zeggen.”

IJkpunten

Het zal niet verbazen dat deze burgermeester Harrie niet tot voorbeeld strekte. Toch had hij wel zijn helden, of ‘ijkpunten’ zoals hij zelf zegt. Bert Garthoff was er een van. Vanaf 1955 presenteerde deze het natuurprogramma ‘Weer of geen weer’. Dit programma werd na Garthoffs pensioen in 1978 voortgezet als het welbekende Vroege Vogels. Harrie: “Elke zondagochtend vertelde hij twee uur lang de prachtigste verhalen.” Garthoff refereerde eens een keer aan een Deens filosoof. “Geluk, wat kost dat?” herinnert Harrie zich de vraag, waarop de filosoof met het woordje ‘niks’ het antwoord gaf. “Daar had ik voeding aan,” geeft Harrie toe. “Ik had verder niemand. Iedereen ging met die stront-Leijgraaf mee!”

Beperkte kennis

Tot zijn achttiende werkte Harrie thuis op de boerderij. Omdat hij wel eens wat anders wou, ging hij bij Organon in Oss werken. Hij wou medicijnen maken voor de gezondheid van de mens. “Kennis hadden ze daar genoeg, maar handen kwamen ze tekort. Dus toen ze mijn grote handen zagen, besloten ze mij in de fabriek te stationeren,” verteld Harrie. “En toen ik chemie wilde studeren, zei de baas dat ik maar een beperkte kennis had. Hij dacht niet dat ik de hts organische chemie zou kunnen doen.” Harrie slaagde, maar na vier jaar Organon was hij lichamelijk uitgeput: “Wij moesten die medicijnen maken met oplosmiddelen, en niet de geringste. Na vier jaar kon ik de honderd meter niet meer lopen.” Hij vond een nieuwe baan bij DMV in Veghel. Bij deze voedingsmiddelenfabriek, waar nog altijd een breed scala aan producten uit koeienmelk gemaakt worden, kwam hij in het onderzoek vanwege zijn chemische achtergrond. “En dat was schitterend, want dan kon ik aan voeding werken, ook voor de boeren hier in de omgeving.”

Krom

Nog altijd krijgt Harrie lichtjes in zijn ogen als hij zich weer voor geest tovert wat er bij DMV op voedingsgebied allemaal werd bedacht en gemaakt. Het voeden van mensen stond voor hem voorop, maar niet ten koste van alles. Het werk ging hem steeds meer tegenstaan, omdat hij het ervoer als strijdig met de kringlopen in de natuur. “Kalvermelk werd gemaakt van afvalproducten van melk, de zogenaamde ondermelk. Tijdens de productie werd er gekoeld met grondwater. Het zuiverste water dat we hebben, werd dus gebruikt voor de productie van melk voor mestkalveren, terwijl die ook gewoon aan de uier van de koe hadden kunnen drinken. Dat is natuurlijk zo krom als maar zijn kan.” En precies het besef van dit kromme, wat Harrie in zijn jeugd al als ‘scheef’ ervoer, bracht hem bij toeval in contact met Sietz Leeflang, de oprichter van De Kleine Aarde in Boxtel. Maar hij trof meer geestverwanten, vaak dichter bij huis dan verwacht, en zijn leven kwam in een stroomversnelling. Steeds meer lijnen leken samen te vloeien in dat ene onvermijdelijke punt: de oprichting van De Halm. Maar daarover meer in het tweede deel van deze kleine geschiedenis!

dehalm

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Aenean eget porttitor diam. In varius lacus metus, sed tempus enim blandit non.

Geschiedenis van de Halm

Een kleine geschiedenis van de Halm (3/3)

Food

De Halm en Havermoutje