Een kleine geschiedenis van de Halm (3/3)

Hieronder bieden wij u het derde en laatste deel in een serie van artikelen waarin we met Harrie terugkijken op de begindagen van De Halm en de biologische landbouw. Het eerste en tweede deel van deze serie kunt u op onze website nog eens nalezen. We pikken de draad weer op in 1976, kort nadat Ger van Haarlem en Harrie de eerste granen tot vlokken pletten in het schuurtje aan de Rodenburgseweg. Iedere stap die de twee pioniers zetten, dwong hen tot nadenken over de volgende: ze hadden iets in beweging gezet. Het succes van de eerste batches spoorde hen aan de productie te verhogen tot vijfhonderd kilo per week, wat lukte na het bouwen van een droogkoelinstallatie. Omdat de wekelijkse halve ton aan vlokken moest worden verpakt, hadden ze zakken nodig, papieren zakken voor het uitleveren van hoeveelheden van 15 of 25 kilo. Op de zakken moest natuurlijk een bedrijfsnaam en bedrijfslogo. De naam had Harrie snel bedacht: “Haver schoot als een flits door mijn hoofd. De Halm, klaar.” Vervolgens tekende Ger het eerste bedrijfslogo en konden de zakken worden bedrukt.

Vreemde vogels

Ondertussen legden ze contacten en introduceerden zich in het kleine netwerkje van winkels. Bovendien was het zaak regionale of landelijke biologische teelt te organiseren als alternatief voor de granen die tot dusverre uit Duitsland en Engeland kwamen. “Het was gewoon dag en nacht werk,” zegt Harrie, “zonder dat er een inkomen uitkwam.” Daarom bleef Harrie nog twee dagen per week werken bij DMV, wat volgens hem voldoende was. En Ger had de zegen van zijn vrouw die onderwijzeres was en dus een vast inkomen had. Door al hun tijdsinvestering in de nog prille Halm barstte het schuurtje na krap een half jaar zowat uit zijn voegen. Ze moesten op zoek naar een nieuwe locatie. Vreemde vogels met baarden en idealen: Harrie en Ger pasten in het beeld dat veel mensen nog immer van de zeventiger jaren hebben. Het verraste hen dan ook dat Harrie van de Wijgert, die een boerderij runde op Rukven in het buitengebied van Heeswijk, zonder aarzelen een van zijn schuren aan hen wilde verhuren. “Daar, te midden van de bio-industrie, mochten we ons ding doen voor weinig geld.” In juni 1978, iets meer dan een jaar na de officiële start, huisden ze over.

Een schoon boeksken

“Gezond eten moet niet alleen een kwestie van eigen belang zijn, maar moet ook gezond zijn voor de ander en voor het milieu.” Dit is zomaar een zin uit het boekje, gedrukt met de ‘Rebelse Rakel’, dat De Halm in 1982 publiceerde en waarin onder meer met de nodige humor verteld werd over de beweegredenen van de inmiddels vijf medewerkers. Opvallend is dat deze dertig jaar oude zin naadloos aansluit bij de huidige berichtgeving over duurzame voeding. In het boekje heette biologische landbouw nog ekologisch, hoewel het EKO-keurmerk nog niet bestond. Naast een uitgebreide uitleg over het productieproces gaven de ‘pletters’, zoals ze zich noemden, zelfs inzage in hun ‘ekonomiese’ situatie, inclusief prijsberekening per kilo en de productiecijfers. Zo werden er in 1977 al 54 ton graanvlokken geproduceerd. In 1979 was dit toegenomen tot 167 ton, wat met ruim 3 ton per week een verzesvoudiging was in zes jaar tijd.

Opnieuw te klein

Het laat zich raden dat ook de schuur op Rukven te klein werd. “In september 1984 zijn we gestart met het grondwerk voor de pletterij aan de Morgenstond,” laat Harrie per e-mail weten. De Halm was destijds een van de eerste bedrijven op bedrijventerrein Het Retsel in Dinther. Aannemingsbedrijf Piet van Aarle bouwde het pand, met medewerking van de pletters teneinde de kosten te drukken. Nadat het pand in 1985 gereed kwam, begonnen Ger en Harrie zelf, iets later aangevuld met Han Steenhorst, met de inrichting ervan – een gigantisch karwei. Han, die ze ook weer toevallig tegen het lijf liepen, beschikte over een enorme technische en praktische intelligentie. Veel van de geniale vondsten voor de inrichting van De Halm kwamen uit zijn koker. Vanaf maart 1986 tot op de dag van vandaag worden alle vlokken van De Halm in het pand aan de Morgenstond geplet. Zakelijke successen zeggen Harrie niet zoveel, het liefst herinnert hij zich de schier oneindige reeks bijzondere, welgezinde, niet zelden eigengereide en creatieve mensen die zijn pad kruisten. “Je kunt toch niks alleen. Je moet het allemaal samen met anderen doen. We hebben het altijd heel sober gedaan. Ons inkomen was altijd laag. We hebben in het begin veel voor niks gewerkt. Je investeert. Het heeft altijd net goed gegaan. Om het rond te breien bedacht Ger geen aandelen maar ‘graandelen’. Dan konden mensen vooraf inschrijven op duizend kilo graan, met het graan als onderpand. We hebben destijds van een man vijfenzeventigduizend gulden gekregen. En daar konden we heel veel van kopen. Die man vond het mooi wat we deden. Het was een andere soort van economie. We hebben het ook allemaal terug kunnen betalen.”

Kentering

Ook na 1986 groeide De Halm gestaag door. Toch kwam er een kentering. Mogelijk hadden de pletters ingeboet op de inspiratie of de euforie van ideeën en experiment uit de begintijd, waardoor het gebrek aan doelgerichte financiele en zakelijke leiding zichtbaar werd. Het kwam er op neer dat pioniers, die het liefst met de handen door het graan roerden of het lasapparaat hanteerden, ondernemers moesten worden. Dit fenomeen, waarachter een complexe problematiek schuilgaat, stak in die jaren vaker de kop op bij bedrijven in de biologische sector. Veel bedrijven van het eerste uur hebben het hierdoor helaas niet gered. De Halm hield echter stand. Misschien wel door het lichtje dat bij Harrie opging na kennismaking met Rob van den Berg, die toen nog een commerciële opleiding volgde. “Zo iemand moeten we eigenlijk hebben,” dacht Harrie nadat Rob hem in het kader van zijn opleiding had geïnterviewd. In het begin van de negentiger jaren was het voor Harrie duidelijk dat hij, om De Halm zakelijk te stroomlijnen, de hulp van een derde partij diende in te roepen. Hij zocht contact met Ruud van den Berg, de vader van Rob. In 1993 nam Ruud van den Berg De Halm over, Rob kreeg de leiding en Aart, broer van Rob, ging samen met Harrie in de productie werken. Hiermee was de cirkel rond: Harrie droeg zijn kennisvracht over aan Aart, Rob en Ruud, een kennis die zich ontwikkelde vanaf de eerste gesprekken met Bert van den Berg in de vroege jaren zeventig. Harrie nam in 2001 formeel afscheid van De Halm. Formeel, zeggen we met nadruk, want gelukkig komt hij nog regelmatig langs, voor advies of gewoon zomaar, voor een praatje.

Eigen meter

“Iedereen heeft zijn eigen meter,” stelde Harrie halverwege het gesprek dat als basis diende voor deze serie. “Voor de een is die wat groter als voor de ander, maar iedereen heeft zijn eigen meter. Als nu iedereen zorgt voor zijn eigen meter, dan komt het allemaal goed.” Alles wijst erop dat Harrie zijn ‘meter’ heeft gevonden. Zijn ideaal, de harmonie tussen de mens en zijn omgeving, heeft hij thuis in Zeeland zichtbaar verwerkelijkt. De twee varkens in zijn tuin zullen het beamen.

dehalm

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Aenean eget porttitor diam. In varius lacus metus, sed tempus enim blandit non.

Gerst pellen Halm Geschiedenis van de Halm

Een kleine geschiedenis van De Halm (1/3)

Geschiedenis van de Halm

Een kleine geschiedenis van de Halm (2/3)