• nl
  • en

Een kleine geschiedenis van de Halm (3/3)

Het eerste en tweede deel van deze serie kunt u op onze website nog eens nalezen. We pikken de draad weer op in 1976, kort nadat Ger van Haarlem en Harrie de eerste granen tot vlokken pletten in het schuurtje aan de Rodenburgseweg. Iedere stap die de twee pioniers zetten, dwong hen tot nadenken over de volgende: ze hadden iets in beweging gezet. Het succes van de eerste batches spoorde hen aan de productie te verhogen tot vijfhonderd kilo per week, wat lukte na het bouwen van een droogkoelinstallatie. Omdat de wekelijkse halve ton aan vlokken moest worden verpakt, hadden ze zakken nodig, papieren zakken voor het uitleveren van hoeveelheden van 15 of 25 kilo. Op de zakken moest natuurlijk een bedrijfsnaam en bedrijfslogo. De naam had Harrie snel bedacht: “Haver schoot als een flits door mijn hoofd. De Halm, klaar.” Vervolgens tekende Ger het eerste bedrijfslogo en konden de zakken worden bedrukt.

Vreemde vogels

Ondertussen legden ze contacten en introduceerden zich in het kleine netwerkje van winkels. Bovendien was het zaak regionale of landelijke biologische teelt te organiseren als alternatief voor de granen die tot dusverre uit Duitsland en Engeland kwamen.

“Het was gewoon dag en nacht werk,” zegt Harrie, “zonder dat er een inkomen uitkwam.” Daarom bleef Harrie nog twee dagen per week werken bij DMV, wat volgens hem voldoende was.

“Zonder de onvoorwaardelijke steun van Wil van der Heijden en Christine van der Aa, de echtgenotes van respectievelijk Harrie en Ger, hadden we nu een heel ander verhaal moeten schrijven”, vertelt Ad van Els. “Omdat zij achter De Halm stonden, hebben hun mannen kunnen doen wat ze wilden doen.”

Ger had de zegen van zijn vrouw die onderwijzeres was en dus een vast inkomen had. Christine stond later aan de wieg van natuurvoedselwinkel Moeder Fourage in Veghel die jarenlang een belangrijke regionale functie heeft vervuld. Wil van der Heijden studeerde theologie en verzorgde bezinningsweekenden op de abdij van Berne. Zij gaf Harrie de ruimte om zoveel tijd aan De Halm te besteden. “Gezinsleven en werk liepen door elkaar heen,” herinnert Ad zich. “Ik weet niet hoe vaak ik bij Harrie en Wil ben blijven eten, ontelbare keren. Eens in de zoveel tijd hadden we een gemeenschappelijke maaltijd bij Ger en Christine. Het was een gezellige periode maar het moet voor hen soms ook erg druk zijn geweest.”

Afijn, het schuurtje barstte na krap een half jaar zowat uit zijn voegen. Harrie en Ger moesten op zoek naar een nieuwe locatie. Vreemde vogels met baarden en idealen: Harrie en Ger pasten in het beeld dat veel mensen nog immer van de zeventiger jaren hebben. Het verraste hen dan ook dat Harrie van de Wijgert, die een boerderij had op Rukven in het buitengebied van Heeswijk, zonder aarzelen een van zijn schuren aan hen wilde verhuren. “Daar, te midden van de bio-industrie, mochten we ons ding doen voor weinig geld.” In juni 1978, iets meer dan een jaar na de officiële start, huisden ze over.

Rechtenstudent

Kort hierna verscheen Ad van Els op het erf bij Van de Wijgert. Hij bekommerde zich indertijd nauwelijks om zijn rechtenstudie in Tilburg. Een ongeluk, waarbij hij gezeten op de fiets (en onder invloed) op een stilstaande auto botste en flinke verwondingen opliep, zette hem aan het denken. Hij ging zoals hij het zelf noemt ‘op de gezonde toer’. Als vrijwilliger begon hij bij De Paardenbloem in Tilburg, een natuurvoedingswinkel die tot 2010 heeft bestaan. Hier las hij in een tijdschrift van De Kleine Aarde een aankondiging van De Halm. “Ik dacht dat ik daar maar eens moest gaan kijken,” zegt Ad, gezeten aan de keukentafel in zijn appartement in Gemonde. “Ger van Haarlem ontving me.”

Ad is evenals Harrie een doener die denkt. Zijn studie indertijd mislukte. Toch pakte hij jaren later uiterst gedreven de studiedraad weer op. Hij doorliep achtereenvolgens de studies geschiedenis, filosofie en mediëvistiek.

“Als student in de zeventiger jaren was ik links,” zegt hij. “Maar wat wist ik nou?” Hij noemt hun idealisme van toen dogmatisch. “We dachten de waarheid in pacht te hebben. We voelden onszelf verheven.” Hij geeft toe dat zo’n houding helpt als je jezelf als andersdenkende wereldveranderaar staande wilt houden. Toch kijkt hij er met gemengde gevoelens op terug omdat die houding niet altijd even prettig was voor de mensen om hen heen.

“Hoe dan ook, met De Halm had ik iets gevonden waarvoor ik me kon inzetten. Hoewel aanvankelijk geen loon kon worden uitbetaald was ik vastbesloten om me daardoor niet te laten ontmoedigen. Dat de huur van het huisje in de Schijndelse Pompstraat waar ik kwam te wonen met tien gulden uitzonderlijk laag was, speelde natuurlijk ook mee.”

“Wat meer op de achtergrond dan Harrie en Ger was ik de onverzettelijke werker met energie voor tien die als het nodig was nachten door kon halen tijdens het drogen van het graan,” duidt Ad zichzelf. “Bij De Halm heb ik het meeste stof gehapt.”

Een gouden greep

Al spoedig waren er nog meer handen nodig én meer opslagcapaciteit voor het graan. Piet van Grinsven, de broer van Harrie, bood uitkomst: als Piet op zijn boerenbedrijf gemist kon worden stak hij op De Halm een handje toe. Bovendien mocht De Halm bij hem aan de Hommelsedijk een aantal beluchte graansilo’s bouwen om aan de immer stijgende vraag te kunnen voldoen. Dat bleek een gouden greep want al snel waren Piet en zijn vrouw Annie, die een kaasmakerij runde, het middelpunt van ontmoetingen tussen aan de Halm gelieerde vogels van allerlei pluimage. Zelden werden er mensen gastvrijer ontvangen dan daar aan de Hommelsedijk.

De volgende stap werd gezet toen Jan van de Wijngaart bij De Halm begon. Zoals bij Harrie en Ger was het ook bij Jan onvrede met zijn toenmalige werk (bij Tiger Plastics) die hem deed omzien naar verandering. Gestimuleerd door zijn vrouw Liliane, die een lieflijk antiquariaat uitbaatte in Den Bosch, besloot hij de gok te wagen en trad bij De Halm in dienst. Van die beslissing heeft hij nooit spijt gehad. Jan was een echte allrounder, goed met machines, overal inzetbaar en onvermoeibaar, getuige de talloze hobby’s die hij er nog op na hield.

Een schoon boeksken

“Gezond eten moet niet alleen een kwestie van eigenbelang zijn, maar moet ook gezond zijn voor de ander en voor het milieu.” Dit is zomaar een zin uit het boekje, gedrukt bij de ‘Rebelse Rakel’, dat De Halm in 1982 publiceerde en waarin onder meer met de nodige humor verteld werd over de beweegredenen van de inmiddels vijf medewerkers. Opvallend is dat deze dertig jaar oude zin naadloos aansluit bij de huidige berichtgeving over duurzame voeding.

In het boekje heette biologische landbouw ekologisch, hoewel het EKO-keurmerk toen nog niet bestond. Naast een uitgebreide uitleg over het productieproces gaven de ‘pletters’, zoals ze zich noemden, zelfs inzage in hun ‘ekonomiese’ situatie, inclusief prijsberekening per kilo en de productiecijfers. Zo werden er in 1977 al 54 ton graanvlokken geproduceerd. In 1979 was dit toegenomen tot 167 ton, wat met ruim 3 ton per week een verzesvoudiging was in zes jaar tijd.

Opnieuw te klein

Het laat zich raden dat ook de schuur op Rukven te klein werd. “In september 1984 zijn we gestart met het grondwerk voor de pletterij aan de Morgenstond,” laat Harrie per e-mail weten. De Halm was destijds een van de eerste bedrijven op bedrijventerrein Het Retsel in Dinther. Vanaf maart 1986 tot op de dag van vandaag worden alle vlokken van De Halm in het pand aan de Morgenstond (de straat die toen nog Dageraad heette) geplet.

Ad van Els vond een financier voor de nieuwbouw, een instelling die De Halm goedgezind was maar die verder niet met naam genoemd wil worden. Aannemingsbedrijf Piet van Aarle bouwde het pand, met medewerking van de pletters teneinde de kosten te drukken. Terwijl Jan en Ad de productie voor hun rekening namen op Rukven en voor opperman speelden op de Morgenstond, begonnen Ger en Harrie met de inrichting van het nieuwe gebouw – een gigantisch karwei. Han Steenhorst, die ze ook weer toevallig tegen het lijf liepen, werkte mee aan de inrichting. Hij beschikte over een enorme technische en praktische intelligentie. Veel van de geniale vondsten voor de inrichting van De Halm kwamen uit zijn koker. Han kwam op afroep, zegt Ad. “Hij was voor De Halm te duur om in vaste dienst te nemen. Behalve Han was er nog een keur aan medewerkers die in de loop der tijd voor kortere of langere tijd met enthousiasme bij de Halm hebben gewerkt. Een schier oneindige reeks bijzondere, welgezinde, niet zelden eigengereide en creatieve mensen die ons pad kruisten, onder wie: Peter Stevens die zijn vervangende dienstplicht op De Halm vervulde, Ad Graaumans, Jan van Lee, John Bernhards, Edward Sliwinski, Dorothea van Crey, Ton Jeuken, en Hans van der Horst. Allemaal mensen wier verhaal het vertellen waard is.”

Op de valreep vult Ad de reeks aan met Ardie van Bakel: “Op Rukven waren we al schuchter en primitief begonnen met kleinverpakking. Na de verhuizing bleek het noodzakelijk om daar een aparte kracht voor aan te trekken. Dat werd Ardie, zij heeft dit eentonige werk jarenlang voor ons gedaan.”

Harrie licht toe hoe het jonge bedrijf zich dankzij al deze mensen staande hield: “De Halm is altijd een zaak van het collectief geweest. Ieder was anders, ieder had weer bijzondere talenten ( en tekorten natuurlijk), ieder telde mee en samen waren we tot heel veel in staat. We hebben het altijd heel sober gedaan. Het inkomen van iedereen was principieel gelijk en laag, het minimumloon was het maximum. Het geld dat we zo op loonkosten bespaarden werd in het bedrijf geïnvesteerd. De bedrijfsresultaten waren altijd goed. Wanneer een bedrijfseconoom, zoals de vader van Ad, de balans bekeek dan zag hij in één oogopslag dat het bedrijf gezond was, alleen vond hij wel dat we onszelf tekort deden – maar we waren eigenwijs! Om het rond te breien bedacht Ger geen aandelen maar ‘graandelen’. Dan konden mensen vooraf inschrijven op duizend kilo graan, met het graan als onderpand. We hebben destijds van sympathisanten grote bedragen gekregen, bijvoorbeeld van de ouders van Ger. En een man leende ons vijfenzeventigduizend gulden. Daar konden wij flink mee vooruit. Die man vond het mooi wat we deden. Het was een andere soort van economie. We hebben het allemaal terug kunnen betalen.”

Kentering

Ook na 1986 groeide De Halm gestaag door en de markt werd steeds ontvankelijker voor biologische producten. Alles wees erop dat het tij gunstig was voor De Halm. Ger had inmiddels afscheid genomen en er kwam versterking in de persoon van Richard van Cleef, een jonge en ambitieuze landbouwstudent. De onderneming was kerngezond. Toch kwam er een kentering.

“Om dat te verklaren moeten we de moeilijke persoonlijke omstandigheden aanvoeren waarmee Harrie en Jan te maken kregen,” vertelt Ad. “Zij hadden andere, belangrijkere, dingen aan hun hoofd. Dit had tot gevolg dat het gewicht van het voortbestaan van De Halm nu op de schouders terecht kwam van één man, en dat was ik, aangezien Richard een andere betrekking had gevonden.”

Ad heeft zich in een overmoedige bui wel eens laten ontvallen dat hij ijzer met handen kan breken, maar na twee jaar was ook bij hem de pijp leeg. De Halm verkopen was toen de enige mogelijkheid die restte, een moeilijke beslissing voor alle drie. Een gepensioneerde bouwondernemer uit Berlicum, Van Eijkelenburg, heeft bij dit proces geadviseerd. De grote meevaller kwam kort daarna toen de verkoop in een vergadering van het stichtingsbestuur van De Halm werd besproken. Behalve Harrie en Ad hadden Jan van Els en Ruud van de Berg zitting in het bestuur. Nadat Ruud op de hoogte werd gesteld van het besluit om De Halm te verkopen had hij slechts kort bedenktijd nodig om hier perspectieven te zien, niet zozeer voor zichzelf, als wel voor zijn zonen Rob en Aart. In 1993 nam Ruud van den Berg De Halm over en de Stichting werd omgezet in een BV. Rob kreeg de leiding en Aart, broer van Rob, ging samen met Harrie en Jan in de productie werken. Ad besloot, teleurgesteld na al zijn vergeefse inspanningen, een andere weg te kiezen.

Hiermee was de cirkel rond: Harrie droeg zijn vracht aan kennis over aan Aart, Rob en Ruud – een kennis die zich ontwikkelde vanaf de eerste gesprekken met Bert van den Berg in de vroege jaren zeventig. Harrie nam in 2001 formeel afscheid van De Halm. Formeel, zeggen we met nadruk, want gelukkig komt hij nog regelmatig langs, voor advies of gewoon zomaar, voor een praatje.

Eigen meter

“Iedereen heeft zijn eigen meter,” stelde Harrie halverwege het gesprek dat als basis diende voor deze serie. “Voor de een is die wat groter als voor de ander, maar iedereen heeft zijn eigen meter. Als nu iedereen zorgt voor zijn eigen meter, dan komt het allemaal goed.” Alles wijst erop dat Harrie zijn ‘meter’ heeft gevonden. Zijn ideaal, de harmonie tussen de mens en zijn omgeving, heeft hij thuis in Zeeland zichtbaar verwerkelijkt. De twee varkens in zijn tuin zullen het beamen.

dehalm

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Aenean eget porttitor diam. In varius lacus metus, sed tempus enim blandit non.

Gerst pellen Halm Geschiedenis van de Halm

Een kleine geschiedenis van De Halm (1/3)

Geschiedenis van de Halm

Een kleine geschiedenis van de Halm (2/3)